Verslag: Elwin van der Gragt

Foto’s: René Schraa

Aan mijn omgeving is het maar niet uit te leggen, het verschil tussen Adventure racen en Survivalruns. Dat je voor het eerste 30 uur in touw bent om een 250km af te leggen op eigen navigatie, terwijl je met Survivallen in 3 uur hooguit een tiende van die afstand aflegt, zonder mechanische hulpmiddelen via een belint parcours, blijft niet hangen. Wél dat je van allebei stinkend smerig wordt en vol krassen en butsen op kantoor verschijnt met een onfatsoenlijk tevreden grijns op je gezicht.

Apenhang

In het Adventureracen wordt in zo kort mogelijke tijd een zo groot mogelijke afstand afgelegd, in het Survivallen gaat het erom zo snel mogelijk een parcours met een zestigtal hindernissen af te leggen (veredelde stormbaan).
Een Adventurerace wil ik winnen, bij een Survival is meedoen voldoende, enige doel is behoud van armbandje (die afgenomen wordt als je faalt op een hindernis). Survival beleef ik als superleuke training voor het (alpiene-) klimmen. Spelenderwijs pak je conditie en duurkracht terwijl je de grootste lol hebt.

Afgelopen Zondag vond de Survival van Gendringen plaats. Dat is een klassieker waar ik op één of andere wijze een zwak voor heb. Die mag ik gewoon niet missen. Voor de eerste maal loop ik deze nu als TSCer (wedstrijdloper lange run), samen met Ries, Timo en Janco van de club. Lisette en Eric doen de korte run. Meestal is het weer hier de dominante factor. Storm, regen, hagel of een combinatie van alles. Ditmaal leek het de kou te gaan worden. In de achterhoek had het 10 graden gevroren, zo hoorden Janco en ik op de autoradio. Er stond ijs op de sloten, terwijl het parcours veel doorwadingen bevat.
Dat ik mij vergist had in de reisplanning en we een kwartiertje voor tijd aankwamen, droeg niet bij aan een goede voorbereiding. Voor alle zekerheid sopte ik mij van top tot teen in een dikke laag vaseline en trok een dubbele laag kleding aan. Tijd om op te warmen was er niet. Snel het rode startshirt en armbandje opgehaald en naar de start. Nog even mams, paps en hond Lucky dag gezegd, die volgens goede traditie in Gendringen altijd trouw het lijden van hun zoon komen aanschouwen. Hun aanwezigheid, ondanks de kou en dat paps juist zijn 80e partijtje heeft gevierd, geeft voor mij precies de doorslag om de twijfels te verruilen door goede moed.

Snel wat groetjes en grapjes in het startvak en dan worden we afgeschoten. Ik hoor mams “Zet ‘m op!” en zet mijn beste beentje voor. Samen met Janco duikel ik voorop over de eerste hindernisjes. We pakken een stammetje op en mogen die al vrij snel weer neergooien. We rennen het dorp uit en er volgen meer swings (verticale touwklim), apenhangetjes (horizontale touwklim) en netjes. Ik weiger mijn eerste indrukken toe te laten: ‘stelt allemaal niet zo veel voor dit keer’. Ik heb het parcourskaartje gezien en weet wat er nog komt.
Intussen begint het zweet van mijn voorhoofd te gutsen, waar blijft de kou, die doorwadingen. Voorlopig loop ik warm in de volle zon. In het veld na het Engbergse bos moet ik echt tempo terugnemen, ik kan mijn warmte niet meer kwijt. De eerste achtervolger schiet al voorbij en ook Timo loopt ineens voor mij. Ik verlang naar de doorwadingen. Bij de vroegere plaats van de zandzakken-loop, thank god dat blijft ons ditmaal bespaard, overweeg ik een afstekertje door een sloot om de benen te koelen.
Maar ik zie de kajaks al liggen, dat belooft betere afkoeling.
En een verrassing, daar herken ik René Schraa, de trouwe fotograaf bij de Adventureraces. Hij weet een modderige omhelzing te voorkomen door stoicijns zijn teletoeter tussen ons in te houden. En nog een bekende, Herbert Luimes, deelt de kajaks uit. Wat een feest der herkenning.

Het is een dwangneurose, als kajaks bovenaan een dijk liggen, moét ik een Himalayastart maken. Met gevolg dat de boeg zich ver onder water boort en er een Tsunami de kuip binnen golft. Eindelijk afkoeling. En ik kan het niet laten, kajakken is spelen, als op een slalombaan parkeer ik de linker boord tegen de keerboei, zet links een hoge steun in en geef rechts 2 krachtige slagen bij en ik ben eromheen. Voor ik het weet ben ik alweer aan het lopen.

kajak

Het parcours laat nu zijn ware gezicht zien. Lange loopstukken worden afgewisseld met geclusterde straatjes van hindernissen. Een parcours naar mijn hart. Nieuwsgierigheid is mijn drijfveer. Steeds ben ik benieuwd wat de volgende fantasievol geprepareerde hindernis gaat brengen. En als klimmer weet je de rustpunten daarin goed te vinden en te benutten. Een nadeel is dat de klimmer wellicht teveel geniet van een klim en te weinig vaart maakt..
Alleen hitte is al snel niet meer te harden, straks moet ik op een vriesdag opgeven vanwege warmte stuwing.

Maar dan volgt meer afkoeling dan mij lief is. Een doorwading. Tot de borst erin. Ik merk algauw dat ik een lichaamsdeel heb gemist met insmeren. “Auw, mijn ballen vallen eraf!” “Die had je ook beter thuis kunnen laten..” Dat is René weer, het lijkt altijd wel of die in zijn eentje op vijf plaatsen tegelijk kan staan.

Geen ballen

De volgende apenhangen voelen al een stuk zwaarder, omdat de handen en de beenspieren door en door koud zijn. Mijn vaart valt weg. Ik wordt gepasseerd door die-hard Rougoor himself en weet dat heelhouden nu het devies is. Echt koud wordt het dan als we een lange doorwading moeten afleggen onder een brugtunnel door. Hier kruipt de kou het bloed in en doet zijn verlammende werking. De uitklim via een net doe ik in slowmotion.
De verdere run blijft het een rare mix van warmlopen en afvriezen in de waterpassages. De temperatuurswisselingen vreten energie. En het overdadige zweten droogt mij uit. Ik snak naar een verversinspost.
Mijn blik vernauwt zich. Tweemaal loop ik verkeerd. Doe bijna de Postman’s walk verkeerdom, die verderop in het parcours op de terugweg ligt. Aardige helpers sturen mij letterlijk het bos in, waar ik wél moet zijn. En na een apenhang met balk over een meertje, waar aan het maagdelijke ijs te oordelen nog niemand gefaald heeft, de Marshall mij doorstuurt naar ‘die boerderij met dat oranje dak’, zet ik koers naar een boerderij die aan de omschrijving voldoet, zoals bijna alle boerderijen in de streek, maar kom onderweg wel erg weinig roodwit lint meer tegen, niets eigenlijk.
Uiteindelijk vind ik wel de juiste boerderij en de nabijgelegen hindernissen, de hardste in het parcours, op het achtererf van Rougoor, precies halverwege in de route. Mooie lange combi’s, afgelegd voor de keurende blikken van een aantal vriendelijke oma’s.

Buiten het erf staan een aantal containers. Daar loopt de route overheen. Ik heb een harde ontmoeting schrijlings op een tussen de bakken hangende balk en besluit dat René gelijk had, dat ik sommige onderdelen beter thuis had gelaten..
Maar nog steeds geen verversing. Terug langs de postman’s walk (indianenbrug met slap bovenkoord, over een sloot) tref ik Timo die op zijn eigen wijze verversing vindt. Met een majestueuze snoekduik duikt hij voorover het water in. Hij blijkt al zes pogingen achter de rug te hebben, gelukkig is het zeven keer scheepsrecht voor hem. Ik zoek meteen het beste touw en slaag met droog pak, terwijl ik achter mij vaag nog een aantal plonzen hoor. Aan de overkant trek ik de aandacht met mijn dolend gedrag. Een aardige mevrouw zegt mij even te wachten en haalt water voor mij, drinkwater, wel te verstaan.

Iets verderop staat een megalomane combi hindernis. Daar komt ook het parcours van de korte run erbij. Daarop krioelt er van de recreanten, herkenbaar aan de witte shirts. Er loopt een Marshall met een hand vol ingenomen gele bandjes. De moed zakt me in de schoenen. De witte shirts wijken vriendelijk voor me uiteen en ik ben sneller aan de beurt dan me lief is. In het midden ervan hangen er bogen van slap gespannen brandweerslangen. In de parallel baan naast mij klitten er zoveel deelnemers bijeen, dat een deel gewoon tot op de grond hangt en de mensen daar gretig gebruik van maken om te rusten. Uiteindelijk bereik ik wel de overkant, maar niet zonder kleerscheuren, want tijdens de apenhang, raak ik de prikkeldraad afrastering ernaast.

Hindernis

Niet veel verder volgt dan eindelijk de verversing. Ik drink 2 bekertjes water en 4 sportdrank. Helaas geen banaantjes of andere snaaierij. Dan had ik Janco daarvoor nog wel uitgelachen met zijn koddige buideltje met sportvoer. Wie het laatst lacht..
Toch doet alleen het drinken mij al veel goed.
De rest van het parcours trekt zonder veel moeite aan mij voorbij. Ik haal zelfs nog een tweetal rode shirts in. Bij een boomklim tref ik Rob (Voshaar), tot mijn blije verbazing weer eens als deelnemer. Al hindernissen nemend babbelen we gezellig bij over aanstaande trouwpartijen e.d.
Het boogschieten is in één keer raak, mede dankzij een behulpzame Marshall, die zo’n beetje de pijl in het doel coacht. De toggle baan is een traktatie. Het spijt mij bijna als ik Gendringen in loop dat het al weer bijna opzit.

En dan volgt alweer het stammetje oppakken en even later doorhakken op het finishterrein. Opvallende dunnetjes ditmaal. En als ik mams me toe hoor juichen, geef ik het twijgje na 5 klappen al de genade slag. De eindhindernis is makkelijk maar leuk. Voor het alziende oog van de alomtegenwoordige René wat slingeren aan entertouwen, verbaasd bovenlangs een net (is dat niet wat té makkelijk?) en, terwijl ik mijn naam door de Speaker hoor scanderen, zwaaien aan een lang pendeltouw als een ‘Pirate of the Caribean’ een wandnet in, eroverheen en finishen, mét bandje.
Als er iemand wel het meest blij is met mijn terugkomst, is het wel hondje Lucky, die het helemaal warm krijgt van alle heerlijke moddergeurtjes die aan mijn shirt plakken.

Enteren!